Functioneel trainen (strength and conditioning / cross training) is een manier van trainen die gewichtheffen, atletiek en gymnastiek combineert in een trainingsvorm.
Gedurende training worden functionele bewegingen op een gevarieerde manier en met een zo hoog mogelijke intensiteit uitgevoerd.
De filosofie achter het is om je niet te specialiseren in een specifiek onderdeel maar juist continu te trainen aan de tien algemene fysieke vaardigheden. Hierdoor kan eenzijdige fysieke ontwikkeling voorkomen worden.


De tien algemene fysieke vaardigheden zijn:

1. Cardiovascular and respority endurance:  Het vermogen van je lichaamssystemen om zuurstof te verzamelen, te verwerken en af te leveren.
2. Stamina: Het vermogen van je lichaam om energie te verwerken, op te slaan en te gebruiken.
3. Strength: Het vermogen van een spier of combinatie van spieren om kracht te leveren.
4. Flexibility: het vermogen om het bewegingsbereik in een bepaald gewricht te maximaliseren.
5. Power: Het vermogen van een spier of spiergroep in een minimale tijdseenheid maximale kracht te genereren.
6. Speed:  Het vermogen om de tijdscyclus van een herhaalde beweging  te minimaliseren.
7. Coordination: Het vermogen om een aantal verschillende bewegingspatronen te combineren tot een enkelvoudige duidelijke beweging.
8. Agility: Het vermogen om de overgangstijd te minimaliseren van het ene bewegingspatroon naar een andere.
9. Balance: Het vermogen van de plaatsing van het lichaamszwaartepunt te controleren/beheersen in relatie tot het draagvlak.
10. Accuracy: Het vermogen om bewegingen te controleren in een bepaalde richting op een bepaalde intensiteit.

De trainingen bestaan uit:

- Een warming-up: hierin wordt lichaam en geest voorbereid op de training.
- Een technisch (skill) gedeelte: hierin worden de technieken en oefeningen aangeleerd en verbeterd.
- De WOD (Workout Of te Day): in dit gedeelte wordt de workout uitgevoerd. Deze varieert van 5 tot 45 minuten. Kort en intensief en zo gevarieerd mogelijk.

In de trainingen wordt er gebruik gemaakt van verschillend materiaal om de trainingen zo gevarieerd mogelijk maken. Halterstangen, Kettlebells, medicijnballen, zandzakken, tractorbanden, (spring)touwen, roeiapparaten, (pullup)racks, roeiers, sleeën en veel ander materiaal om de trainingen te kunnen uitvoeren.

Doel van de training:

Het doel is ongeacht leeftijd, niveau, beroep, fysieke gesteldheid zo snel mogelijk en zo lang mogelijk fit te worden en te blijven om in het dagelijkse leven te kunnen blijven functioneren.

Voeding:

Het Paleo dieet wordt in de volksmond ook wel oervoeding genoemd. Uit onderzoek blijkt dat de voeding uit de oertijd nog steeds goed bij ons lichaam en geest past.

Deze voeding bestaat uit:

- Groenten en fruit
- Noten en zaden
- Eieren
- Vis, schaal-en schelpdieren
- Vlees, het liefst van dieren die veel beweging hebben gehad zoals wild en gevogelte.

Voedingsmiddelen die niet of bijna niet gebruikt worden bij het paleo dieet:

- Suikers, zoetigheden zoals snoep, koek ijs en frisdranken
- Zuivelproducten: melk, yoghurt, kwark, vla en pudding
- Granen: brood, crackers, koek, pasta en pizza
- Kunstmatige toevoegingen: zoetstoffen, conserveringsmiddelen, geur, kleur- en smaakstoffen

Effect van de” oervoeding ”

- Toename energie
- Helderheid in het hoofd
- Rustige buik
- Betere stoelgang
- Huid wordt gladder en beter
- Verbetering van de algehele fitheid
- Stabiele bloedsuikerwaarden